Tijdens roadtrips in mijn camper gebruik ik graag kaarten, om een reisdoel te kiezen, een plan te maken en om de gereden route bij te houden. Eén van mijn favoriete apps is Polarsteps, die houdt automatisch bij waar ik geweest ben en welke route ik gereden heb. De plekken waar ik verblijf kan ik opslaan, met foto’s erbij. Leuk voor vrienden, familie én achteraf voor mezelf om terug te kijken. Een goede tip als je ook zo van reizen en kaarten houdt. Maar het is niet alleen handig voor op reis, ook in het onderwijs is het een bijzonder bruikbare app/website. Ik leg je kort uit hoe dat kan. En klik niet te snel weg, want ik deel ook nog een kortingscode met je voor een Travel Book van Polarsteps.

Wat is Polarsteps?

Polarsteps is een app waarmee je je reizen kan bijhouden én kan plannen. Dat kan doormiddel van de automatische route tracker met een smartphone, of door zelf de locaties stuk voor stuk in te voeren. Zo krijg je op de kaart een overzicht van de route. Per locatie kan je foto’s en een beschrijvende tekst toevoegen. Ook kan je je reis plannen, door toekomstige locaties toe te voegen. Polarsteps geeft daarbij ook suggesties in de omgeving. Het lijkt een beetje op een StoryMap Tour, maar dan met andere functies, specifiek voor reizen bedoelt.

Een reis kan je delen met andere mensen, of privé houden. Na afloop van een reis kan je deze ook (redelijk) automatisch laten omzetten in een Travel Book. Dit is een prachtig fotoboek met daarin natuurlijk je foto’s, maar ook de locaties waar deze gemaakt zijn. Van mijn camperreis in 2018 heb ik zo’n boek besteld, dat is een hele leuke en gemakkelijke manier om een fotoboek van een reis te maken. Wil je ook zo’n boek bestellen van je eigen reis, gebruik dan de kortingscode HAPPY10. Hiermee krijg je 10 euro korting op een Travel Book.

Polarsteps als educatieve tool

Maar naast dat het een hele fijne app is voor op reis, kan het ook prima gebruikt worden in het onderwijs. Doordat het zo op de reisbranche gericht is, is de interface heel specifiek en eenduidig, zonder te veel extra knoppen. Hierdoor kunnen leerlingen het gemakkelijk zelf gebruiken.

Tour door een gebied maken

De app (of de website in de browser van een computer) kan ingezet worden bij een opdracht waarbij leerlingen een route of aantal locaties op de kaart moeten zetten, met daarbij een afbeelding. Daarbij kan je denken aan bijzondere locaties in een natuurgebied, verschillen tussen wijken in een stad of geografische interessante locaties in een land. Bij elke locatie voegen ze een afbeelding (of meerdere) toe en kunnen ze in de beschrijving extra informatie kwijt. Om de opdracht wat interessanter te maken, kan je aangeven dat ze een tour maken voor toeristen of een excursie moeten voorbereiden.

Excursies

Zelf kan je Polarsteps ook gebruiken om een excursie voor te bereiden. Je zou de route alvast kunnen lopen/fietsen/rijden met de tracker aan. Zo staat de route al netjes op de kaart. Ook kan je de punten toevoegen waarover meer informatie te lezen is. Handig ter voorbereiding voor jezelf, of om aan leerlingen aan te bieden. Dit zou ook een vervanging kunnen zijn van een excursie die niet live door kan gaan.

Route downloaden

Als laatste is er nog de optie om de route te downloaden. Via je account instellingen, onder het kopje Privacy staat de knop om je data aan te vragen. Via de mail krijg je dan het bestand opgestuurd. Daarna kan je het csv bestand van de route inladen in een GIS-programma. Zo kan je de route ook gebruiken in andere projecten!

Ik ben benieuwd bij welke opdrachten je Polarsteps gebruikt. Laat het me weten via een reactie, email of via social media. En vergeet niet de kortingscode HAPPY10 te gebruiken als je een Travel Book van je reis wilt bestellen!

GIS is een krachtige tool dat in het werkveld veel wordt gebruikt. Bijvoorbeeld om geografische analyses te doen en om geo-data te presenteren op een visuele en begrijpbare manier. Maar ook in het aardrijkskunde onderwijs is het een enorm bruikbare tool. Als docent kan je het gebruiken om verschijnselen duidelijk te maken en leerlingen kunnen zelf ook met interactieve kaarten aan de slag. De technologie heeft nu ook een plaats in de eindtermen gekregen, waardoor het telkens meer aandacht krijgt.

Wil jij ook graag GIS-tools in de les gebruiken, maar weet je nog niet helemaal hoe? Lees dan verder, want ik geef 5 voorbeelden van hoe je dat zou kunnen doen.

Daarvoor gebruik ik een tabel van Tim Favier, met daarin 5 manieren om GIS in te zetten in het voortgezet onderwijs.

5 manieren om GIS in te zetten in het voortgezet onderwijs. Tim Favier, 2013.
1. Lesgeven over geo-informatietechnologie

In een les over geo-informatietechnologie kan je verschillende onderdelen behandelen. Bijvoorbeeld, wat GIS is, hoe het (in de basis) werkt en hoe deze geo-tools gebruikt worden bij bedrijven en overheden. Hierbij kan je de eigen interesses van leerlingen betrekken, door ze te laten bedenken wat voor soort kaarten of geo-tools relevant zijn in de branche waarin ze interesse hebben.

Gebruik bijvoorbeeld deze video over aantal mogelijkheden met GIS (wel even door de promotie heen kijken).

2. Lesgeven met geo-informatietechnologie

Er zijn vele voorbeelden op te noemen waarbij je lesgeeft met geo-tools. Dit betekend namelijk vaak dat je tijdens de instructie een interactieve kaart of andere geo-tool laat zien, om je verhaal te verduidelijken. Leerlingen hoeven in principe zelf niets met deze kaarten te doen.

Je kan bijvoorbeeld denken aan een interactieve wereldkaart met de vulkanen, of een kaart met het overstromingsrisico en de bevolkingsdichtheid in Nederland. Bij een les over stedelijke ontwikkeling kan je de bouwjaren kaart van Amsterdam laten zien.

3. Leren over geo-informatietechnologie

Deze manier gaat net wat verder dan het lesgeven over GIS, omdat leerlingen hier zelf ook aan de slag gaan. Hier kan je bijvoorbeeld denken aan een les waarin leerlingen leren hoe ze zelf een interactieve kaart of een StoryMap maken. Het gaat hier dus niet echt om de inhoud, maar om leren omgaan met de technologie. Een voorbeeld daarvan is deze les over ArcGIS Online.

4. Leren met geo-informatietechnologie

Leren met geo-informatietechnologie ligt in het verlengde van nummer 2. Leerlingen gebruiken zelf een geo-tool om te leren over een ander onderwerp. Zo kunnen ze bijvoorbeeld kaarten gebruiken om te leren over de verschillende klimaten op de wereld. Bijvoorbeeld in de kant-en-klare opdracht ‘Klimaat op de kaart’.

Een concreet voorbeeld van een opdracht is dat leerlingen een digitale rondleiding geven door een stad, waarbij ze laten zien welke duurzame oplossingen daar te vinden/in ontwikkeling zijn. Dit kunnen ze uitwerken in een StoryMap. Zo kunnen ze de locaties op de kaart zetten, en direct erbij foto’s en informatie zetten. Om ze hierbij te helpen kan je ze een handleiding voor het maken van een StoryMap meegeven.

5. Onderzoek met geo-informatietechnologie

De meest uitgebreide optie is om geo-tools te gebruiken in een onderzoek. Bijvoorbeeld in een projectweek of profielwerkstuk. In zo’n opdracht kunnen ze de diepte in duiken en zelf veel uitzoeken. GIS kan daar een bruikbare tool voor zijn. Dat kan door het verzamelen van geografische data, de analyse van die data maar ook bij het presenteren van geo-data.

Bij het verzamelen van data kunnen leerlingen gebruik maken van Survey123, daarna kunnen ze de verzamelde data in een ArcGIS Online kaart bekijken en analyseren. Uiteindelijk kunnen ze de kaart(en) presenteren via een StoryMap. Wil je meer weten over hoe Survey123 werkt, bekijk dan eens de serie die ik daarover schreef.


Hopelijk geeft dit je weer wat ideeën om met GIS aan de slag te gaan. Als je graag meer wil weten over hoe je GIS software gebruikt, kan je (samen met je collega’s) bij mij een op maat gemaakte workshop volgen over ArcGIS Online, StoryMaps en Survey123.

Wil jij zelf aan de slag met GIS in de les?

Volg samen met je collega’s een workshop en leer hoe verschillende GIS-tools werken. Om nog beter te kunnen lesgeven met GIS. Meer informatie…

Wat is een StoryMap?

Op mijn blog maar ook op Twitter, Instagram en LinkedIn heb ik het er vaak over; StoryMaps. Maar wat is dat eigenlijk, een StoryMap? En wat kan je daar als docent mee?

Een ArcGIS StoryMap is een webpagina waarop verschillende media, zoals interactieve GIS kaarten, afbeeldingen, video’s, audio en tekst gecombineerd worden om samen een verhaal te vertellen.

Een voorbeeld kan je hier bekijken. Deze StoryMap bevat veel tekst, waardoor leerlingen deze zelf kunnen bestuderen. Het is ook mogelijk om een StoryMap bij de instructie te gebruiken, bijvoorbeeld in plaats van een PowerPoint presentatie.

Plastic Soup – StoryMap gemaakt door Maartje Bake, Maarten Hagoort en Jessy Faas

Maar waarom zou je een StoryMap gebruiken?

Doordat je verschillende media kan combineren is het een ideale tool om te gebruiken als je een (aardrijkskundig) verhaal verteld. Daarnaast is een StoryMap natuurlijk gemaakt voor interactieve kaarten, waardoor je kan inzoomen op de kaart en dingen kan aanklikken om er meer informatie over te krijgen. Die interactie zorgt voor meer mogelijkheden. Leerlingen kunnen zelf rondklikken in de kaart, op zoek naar informatie, waardoor ze dus actief bezig zijn met de lesstof.

Inmiddels staat het gebruik van GIS ook in de eindtermen voor het voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat leerlingen weten hoe ze een interactieve kaart kunnen ‘lezen’ en gebruiken, maar ook dat ze zelf simpele interactieve kaarten kunnen maken. Door in je les StoryMaps te gebruiken, kunnen leerlingen op een laagdrempelige manier kennis maken met GIS kaarten. Dat maakt de stap kleiner als ze later in een opdracht zelf een interactieve kaart (of StoryMap) moeten maken.

Als je ook eens wilt uitproberen of een StoryMap waardevol is voor je les, hoef je niet meteen zelf een StoryMap te maken. Kijk eens in het gratis overzicht met educatieve StoryMaps. Daar staan tientallen StoryMaps over verschillende aardrijkskundige onderwerpen. Je kan zoeken en filteren op onderwerp of taal.

StoryMaps worden gemaakt via ArcGIS Online, het webGIS platform van Esri. Dit is een groot software bedrijf met vele GIS oplossingen. Maar, als je zelf een StoryMap maakt is het niet nodig om kennis van GIS te hebben. Ook zonder dat je daar ervaring mee hebt kan je al een StoryMap met kaarten maken. Dat komt omdat de StoryMap builder (de omgeving waarin je de StoryMap maakt) heel laagdrempelig is opgebouwd. Je kan er hele uitgebreide kaarten aan toevoegen, maar je kan ook zelf een paar stippen en een route op de kaart ‘tekenen’.

De zomervakantie is voorbij, de eerste scholen gaan weer open. Ook een periode van tropische temperaturen lijken we achter ons te laten, het gaat meer regenen en de temperaturen zijn wat lager. De hittegolf is nu 12 dagen lang, als de temperatuur vandaag in de Bilt ook weer boven de 25 graden komt, zitten we op 13 dagen. De langste hittegolf ooit gemeten was trouwens in 1975 en deze duurde 18 dagen.

Voor aardrijkskunde is ‘hittestress’ een toepasselijk onderwerp om te bespreken in één van de eerste lessen van het nieuwe schooljaar 20/21. Het is namelijk erg actueel en het sluit aan bij de ervaringen van leerlingen, iedereen heeft namelijk die hitte wel gevoeld tijdens het toppunt van de hittegolf. De les kan je natuurlijk ook op een ander moment gebruiken, als er weer erg warm is geweest.

Hieronder staat een les voor je klaar over hittestress, mét een interactieve kaart. Leerlingen krijgen de kans hun ervaringen te delen over de hittegolf, ze leren wat hittestress is en ze krijgen inzicht in hoe de inrichting van een stad, dorp of gebied invloed heeft op de gevoelstemperatuur.

Start van de les

Ervaringen delen over de hitte van de afgelopen tijd.

Kern van de les

  • Laat leerlingen naar de gemiddelde cijfers kijken (in het kaartverhaal hitte, tabblad ‘het word warmer’) bijvoorbeeld het gemiddeld aantal tropische dagen, aantal tropische nachten, de temperatuur op de heetste zomerdag, langste periode met opeenvolgende zomerse dagen. Laat de leerlingen deze (huidige en toekomstige) gemiddelden vergelijken met het beeld dat ze hebben van het weer in 2020. Dit artikel kan daar bij helpen.
  • Praat dan samen over hittestress. Weten de leerlingen al wat dat is, hebben ze er zelf last van gehad?
  • Vooral de gevoelstemperatuur heeft invloed op de hittestress. Die kan heel erg verschillen van plek tot plek. Laat je leerlingen op deze interactieve kaart de omgeving van de school of hun eigen huis opzoeken. De kaart laat de gevoelstemperatuur op een extreem warme zomermiddag zien. Er zijn grote verschillen binnen Nederland, ook als je erg inzoomt op het niveau van een buurt. Kunnen de leerlingen plekken in de omgeving herkennen die een lagere gevoelstemperatuur hebben? (bijvoorbeeld water of bomen) Waarom is de gevoelstemperatuur daar lager? Meer informatie over de kaart is hier te vinden.
  • Afhankelijk van de tijd die je hebt kan je ze ook de opdracht geven om meer ideeën te bedenken zodat de gevoelstemperatuur in de buurt meer daalt.

Afronding van de les

Kunnen je leerlingen nu uitleggen wat hittestress is? Stel ze die vraag en let ook op de taal die ze gebruiken om het uit te leggen. Gaat het nog niet meteen helemaal goed? Help ze het op een andere manier uit te leggen zodat ze de juiste woorden/begrippen gebruiken.

Waarom GIS?

Aardrijkskunde gaat hand in hand met kaarten. Er zijn veel verschillende soorten kaarten; topografische kaarten, thematische kaarten, oude kaarten, foute kaarten, grote kaarten aan de muur van de klas, kleine kaarten in een lesboek, wereldkaarten en plattegronden. Ze helpen jou als docent om een onderwerp of een geografisch verschijnsel uit te leggen en ze helpen de leerlingen om een beeld te vormen van een bepaald gebied, of misschien juist wel van de hele wereld.

Om informatie uit al die kaarten te kunnen halen hebben leerlingen kaartvaardigheden nodig; hoe lees je een kaart? Waar is die schaalstok voor? Hoe vind je de juiste kaart in de atlas? Als ze dat eenmaal doorhebben kunnen kaarten een schat aan informatie zijn en zijn het onmisbare hulpmiddelen in de aardrijkskunde les.

Met de komst van Google Maps, digitale atlassen, interactieve kaarten, vrij te gebruiken webGIS, StoryMaps, en het gebruik van smartphones en computers in de klas verandert het landschap van kaarten in de aardrijkskunde les. GIS is is niet langer iets dat alleen gebruikt wordt op de universiteit en in het bedrijfsleven, het is ook ontzettend waardevol in het voortgezet onderwijs.

Er zijn verschillende redenen waarom je GIS-tools in je lessen zou kunnen gebruiken, hieronder een aantal redenen;

Actief
Leerlingen kunnen met behulp van GIS zelf geografische vragen stellen en deze ook beantwoorden. Ze herkennen patronen in de data en gaan op zoek naar de ‘waarom’. Hierdoor zijn ze actief met de lesstof bezig, wat helpt met het begrijpen en onthouden van de informatie.

Data
In de huidige wereld speelt data al een belangrijke rol en in de toekomst zal deze rol alleen nog maar groter worden. Het is belangrijk dat leerlingen kunnen omgaan met data en weten hoe ze deze zo kunnen bekijken en bewerken zodat ze er nuttige informatie uit kunnen halen. GIS is een uitstekende tool om met geografische data te werken en zo meer te leren over dit onderwerp.

Veldwerk
De tijden van met pen en papier door de stad heen en op elkaars rug schrijven om vragen te beantwoorden zijn voorbij. Het is voor leerlingen zoveel makkelijker om veldwerk en excursies met behulp van hun smartphone te doen. Een GIS-kaart op hun telefoon kan de route tonen, of het gebied aangeven waarin ze aan de slag gaan. Antwoorden op vragen of observaties (met foto’s!) kunnen ze direct aan een locatie op de kaart koppelen. Hierdoor wordt het makkelijker om achteraf conclusies te trekken over geografische patronen!

Toekomst
Inmiddels staat het gebruik van GIS ook in de eindtermen voor het voortgezet onderwijs. Het is belangrijk dat leerlingen weten hoe ze een interactieve kaart kunnen ‘lezen’ en gebruiken, maar ook dat ze zelf simpele interactieve kaarten kunnen maken. Voor veel organisaties (bedrijven en overheid) speelt geo-informatietechnologie een telkens grotere rol, er is dan ook veel vraag naar mensen die hier mee kunnen werken. Het is daarom ook goed dat leerlingen er al vroeg mee in aanraking komen, om interesse te wekken en om het bewustzijn te creëren dat dit een carrièrepad zou kunnen zijn.

Naast de bovengenoemde redenen om GIS te gebruiken zijn er nog meer voordelen, bijvoorbeeld op het gebied van motivatie, presenteren, digitale kaartvaardigheden en media fluency.

Wil je hier meer over weten? Ask away!

Over Jessy

Ik ben een liefhebber van kaarten, geografie en reizen. Thuis staan er dan ook veel wereldbollen en atlassen in de kast. Als ik op reis ga, ben ik altijd op zoek naar kaarten en interessante informatie over het gebied.

Deze passie voor kaarten uit zich in het werk dat ik doe, waar ik me met veel enthousiasme inzet voor het aardrijkskunde onderwijs. Vanuit mijn bedrijf wil ik docenten inspireren en ondersteunen om meer gebruik te maken van interactieve kaarten en GIS in hun lessen. Via die weg wil ik me inzetten om het aardrijkskunde onderwijs te vernieuwen. Ik wil meer docenten kennis te laten maken met deze mooie technologie zodat ze nóg betere en leukere lessen kunnen geven. Wil je ook geïnspireerd worden? Kijk dan rond op mijn blog of volg me op Twitter, Instagram of LinkedIn.

Docenten kunnen bij mij terecht voor ondersteuning, advies en lesmateriaal op het gebied van GIS, StoryMaps en Survey123. Wil je meer weten over wat ik voor jou kan betekenen, bekijk dan mijn aanbod of neem dan contact met me op!

Terug in de tijd – met kaarten, hoe doe je dat?

Het kan heel erg interessant zijn tijdens de aardrijkskundeles; de ontwikkeling van een gebied laten zien door de jaren heen. Door te laten zien wat er in het verleden is gebeurd, wordt het gemakkelijker om de huidige situatie te begrijpen. Misschien kunnen leerlingen op basis van het verleden zelfs wat te zeggen over de toekomst.

Die ontwikkeling kan je op verschillende manieren aan leerlingen duidelijk maken. Je kan een verhaal vertellen, foto’s van vroeger en nu laten zien en je kan kaarten vergelijken. In dit artikel wil ik laten zien hoe je de ontwikkeling van een gebied aan de hand van kaarten kan laten zien.

Er zijn verschillende soorten kaarten die te gebruiken zijn om verandering te tonen. Dit kan eigenlijk met elke kaart, omdat een kaart over het algemeen een momentopname is. Topografische kaarten geven een goed beeld van hoe infrastructuur en bebouwing veranderd is. Satellietbeelden kunnen hier ook een globaal beeld van geven, maar daarnaast zijn ze ook erg bruikbaar bij verandering in de natuur. Dingen zoals demografische veranderingen zijn het beste te zien op thematische kaarten.

Voor al deze soorten kaarten is er een tool of een manier om de verandering te bekijken. Hieronder laat ik je 5 manieren zien.

Topotijdreis
www.topotijdreis.nl

Vier screenshots van Topotijdreis van Deventer die elkaar opvolgen.

Topotijdreis – Deventer in 1925, 1977, 2000 en 2018.

Wellicht al bekend bij velen; Topotijdreis. Met deze tool kan je de topografische kaarten van het Kadaster terugkijken (wel 200 jaar!). De kaarten van Topotijdreis zijn ook los te gebruiken in je eigen ArcGIS Online kaart of StoryMap. De kaarten kan je vinden door binnen ArcGIS Online te zoeken, bijvoorbeeld door ‘Topo 1977’ in te typen. Zo zou je bijvoorbeeld een eigen ‘swipe map‘ kunnen maken van twee kaarten. Lees Meer

Overal op de wereld kunnen er natuurrampen plaatsvinden, zoals orkanen of aardbevingen. Vaak gebeurd dit in hele kwetsbare gebieden die slecht in kaart gebracht zijn, wat voor moeilijkheden kan zorgen tijdens de hulpverlening. Missing Maps is een project waar mensen over de hele wereld samenwerken om kwetsbare gebieden op de kaart te zetten.

Voor leerlingen is dit een goede manier om kennis te maken met het maken van kaarten, waar ze meteen iets goeds kunnen doen voor de wereld. Op de computer gaan ze aan de hand van satellietbeelden gebouwen intekenen die dan later, na controle, onderdeel worden van de kaarten van Open Street Maps. Lees Meer

Traditioneel staat het vak aardrijkskunde op het voortgezet onderwijs vaak in het teken van ‘leren en luisteren’, leerlingen leren de topografie uit hun hoofd, leren de begrippen en luisteren naar de leraar die prachtige verhalen verteld. Helaas komt er dan maar weinig van ‘aardrijkskunde doen’. En dat is juist wat het vak zo mooi maakt, het praktische.

Met onderzoekend leren laat je de leerlingen zelf op onderzoek uitgaan, om een vraag te beantwoorden. Aan de hand van de onderzoeksvraag gaan ze op zoek naar informatie of doen ze experimenten om de vraag te beantwoorden. Zo staan de leerdoelen niet vast en is het eindresultaat afhankelijk van de eigen inbreng, creativiteit en verwondering van de leerlingen. In deze blog-post wil ik met jullie delen hoe je binnen het vak aardrijkskunde onderzoekend leren kan toepassen.

Dat doe ik natuurlijk, hoe verrassend, aan de hand van GIS. Met deze tool is het mogelijk om geografische data om te zetten in kaarten, dit kan met openbare data of met zelf verzamelde data. Ook zijn er via GIS honderden kaarten kant en klaar beschikbaar en is de informatie gemakkelijk te combineren. Een super handige tool voor aardrijkskundig onderzoek! Natuurlijk zijn er ook andere manieren om onderzoek te doen, zonder GIS, geef je leerlingen daar zeker de ruimte in en laat ze gebruiken wat ze denken nodig hebben. Lees Meer

De laatste tijd heb ik al veel StoryMaps (zeker al 60!) op mijn blog gedeeld. Hopelijk heb je daar al wat van bekeken en gebruikt in de klas 🙂 Zo ja, laat het me weten, ik ben benieuwd wat je ervaringen zijn! Een volgende stap kan zijn om zelf een StoryMap te maken om te gebruiken in je les, daar heb ik ook een aantal tips voor. Voor vandaag wil ik ingaan op hoe je leerlingen kan ondersteunen als ze zelf aan de slag gaan om een StoryMap te maken.

Een StoryMap maken is niet niks, over het algemeen zijn leerlingen snel met het oppakken van technologie en software, maar de juiste begeleiding is wel van belang. Daarom geef ik in dit artikel 7 tips voor het maken van een StoryMap met leerlingen.

1. Kennismaking met StoryMaps

Om zelf een StoryMap te maken is het goed als de leerlingen vooraf al kennis gemaakt hebben met StoryMaps, tijdens de les of als huiswerk. Dan weten ze wat het is, hoe het in elkaar zit en wat ze ermee kunnen. Dat maakt het makkelijker om daarna zelf ook iets te maken. Ook kennismaken met de ‘editor’ is goed, laat de leerlingen klassikaal al een keer zien hoe je een StoryMap maakt, waar zitten de knoppen en wat is belangrijk? Dit zorgt voor herkenning als ze zelf aan de slag gaan. Lees Meer